Slimmer Presteren Podcast cover art

Slimmer Presteren Podcast

Slimmer Presteren Podcast

By: Gerrit Heijkoop en Jurgen van Teeffelen
Listen for free

About this listen

Over sport, onderzoek en innovatie. Jouw wekelijkse kop koffie met wetenschapsjournalist Jurgen van Teeffelen en middle-aged-man-in-lycra Gerrit Heijkoop. Voor mensen die hun grenzen willen verleggen, maar daarbij de grens tussen 'onzin' en 'zinvol' niet uit het oog willen verliezen.Copyright 2026 Gerrit Heijkoop en Jurgen van Teeffelen Hygiene & Healthy Living Running & Jogging
Episodes
  • Slimmer presteren met een fit koppie: wat doet sporten op je brein?
    Apr 3 2026
    Dit is de 260e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over:Slimmer presteren met een fit koppie: wat doet sporten op je brein?INLEIDING:Met Pasen voor de deur en de marathons van Rotterdam en Enschede over ruim een week, zitten veel lopers momenteel in de befaamde fase van de taper-gekte. Je vraagt je af of die ene laatste training nog zin heeft, terwijl je ondertussen probeert niet te veel paaseitjes te eten.Maar er is een aspect van de voorbereiding waar we het eigenlijk te weinig over hebben: wat doet al dat lange duursporten eigenlijk met je hoofd? Luisteraar Arnout Boer stelde een vraag die ons direct deed slikken: "train je minder effectief als je ondertussen naar een podcast luistert?"Voor ons als makers is dat een gewetensvraag, maar gelukkig blijkt het antwoord genuanceerd.Sportarts Guido Vroemen deelt bovendien een tip die je direct kunt uitproberen: laat je navigatie eens thuis en dwing je hersenen om de route zelf te onthouden!Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Wat is het effect van een zware inspanning op je denkvermogen?Jurgen legt uit dat er een soort J-curve bestaat als het gaat om sporten en het brein. Een rustige duurtraining werkt vaak als een katalysator voor creativiteit en een scherper werkgeheugen. Je komt vaak met de beste ideeën thuis na een uurtje hardlopen. Echter, zodra de intensiteit naar het rood gaat, zoals bij een marathon of zware intervallen, slaat dit om. Het brein heeft dan alle energie nodig voor de fysieke aansturing, waardoor cognitieve functies tijdelijk achteruitgaan en je letterlijk wazig in je hoofd wordt.2. Wat betekent het voor je progressie als je tijdens het trainen mentaal volledig afgeleid bent?Jurgen baseert zich op een recente studie bij muizen waaruit bleek dat specifieke neuronen in de hypothalamus geactiveerd moeten worden om de spieren te laten adapteren aan training. Als die neurale prikkel ontbreekt, is het trainingseffect minder. Hoewel we voorzichtig moeten zijn met de vertaling naar mensen, suggereert dit dat volledige afleiding tijdens een zware sessie de effectiviteit kan remmen. Voor een rustige duurloop is een podcast prima, maar bij een sleuteltraining wil je dat je brein de inspanning bewust registreert voor het beste resultaat.3. Wat zijn praktische manieren om je mentale weerbaarheid tijdens het sporten te vergroten?Guido Vroemen adviseert om niet alles op de automatische piloot te doen. Hij ziet in zijn praktijk dat atleten die ook cognitief geprikkeld worden, beter bestand zijn tegen de mentale mist tijdens een wedstrijd. Je kunt dit simpel trainen door bijvoorbeeld zonder navigatie op pad te gaan en zelf je route te onthouden. Ook het oplossen van rekensommen tijdens een intensief blok dwingt je hersenen om actief te blijven onder fysieke druk. Zo train je de verbinding tussen je sporten en brein en word je mentaal belastbaarder.4. Wat gebeurt er fysiologisch in je hoofd na een extreme uitputtingsslag zoals een marathon?Jurgen haalt onderzoek aan dat aantoont dat de hoeveelheid myeline, het isolatiemateriaal rondom je zenuwcellen, na een marathon tijdelijk afneemt. Dit verklaart waarom veel lopers na de finish moeite hebben met eenvoudige taken of zelfs hun weg niet meer weten. Het brein ondergaat een fysieke belasting die vergelijkbaar is met die van de spieren. Gelukkig is dit effect van tijdelijke aard en herstelt de witte stof in je hersenen zich weer na voldoende rust, net als de rest van je lichaam.5. Wat is de relatie tussen mentale vermoeidheid door werk en je fysieke prestaties in de training?Jurgen wijst op onderzoek dat aantoont dat mentale vermoeidheid je fysieke uithoudingsvermogen direct negatief beïnvloedt. Als je de hele dag in lastige meetings hebt gezeten, is je mentale budget op. Hoewel je benen fysiek nog fris kunnen zijn, ervaar je de inspanning als veel zwaarder. Dit komt omdat je brein sneller aan de rem trekt om zichzelf te beschermen. In de praktijk betekent dit dat je na een zware werkdag soms beter een rustige hersteltraining kunt doen dan een moordend intervalprogramma waarbij je mentaal diep moet gaan.Handige bronnen en links:De recente studie (in muizen) waar Arnout Boer ons op wijst: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41687612/Review uit 2024 van Vrije universiteit Brussel over invloed van mentale vermoeidheid op fysieke prestaties en risico op blessures: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39122241/Meta-analyse naar het acute effect van inspanning op cognitie bij jonge, gezonde mensen: https://www.nature.com/articles/s44271-024-00124-2Studie die vond dat de hoeveelheid myeline in het brein na een marathon tijdelijk afnam: https://www.nature.com/articles/s42255-025-01244-7Recente studie (2026) naar het effect van een marathon lopen op het werkgeheugen: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41572516/Recent onderzoek naar fysieke en mentale vermoeidheid en cognitie bij ultrafietsers: https://...
    Show More Show Less
    1 hr and 2 mins
  • Hoe gebruik je de juiste kennis uit de sportwetenschap volgens hoogleraar Florentina Hettinga
    Mar 27 2026
    Dit is de 259e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over:Hoe gebruik je de juiste kennis uit de sportwetenschap volgens hoogleraar Florentina HettingaINLEIDING:70 procent van de sportwetenschappelijke studies is niet te herhalen met dezelfde uitkomst. Of nou ja, misschien is het 50 of 90 procent, maar het punt is: we hebben een probleem. In de aflevering van deze week bespreken we waarom een labresultaat buiten op de weg vaak weinig waard blijkt te zijn.Samen met hoogleraar Florentina Hettinga duiken we in de replicatiecrisis. Waarom gaan influencers aan de haal met flinterdun bewijs? En hoe herken je als kritische sporter zelf het verschil tussen marketingpraat en een echt goed trainingsinzicht?Vragen die in deze aflevering worden beantwoord:1. Wat is de werkelijke impact van de replicatiecrisis op de geloofwaardigheid van de sportwetenschap?Florentina Hettinga stelt dat we de replicatiecrisis niet moeten zien als een diskwalificatie van het vakgebied, maar als een broodnodige reality check. Voor de jonge sportwetenschapper betekent dit dat het publiceren van een enkel spectaculair resultaat minder zwaar weegt dan het leveren van reproduceerbaar werk. We bespreken met haar dat een onderzoek pas echt waarde krijgt als vakgenoten in een andere setting tot dezelfde conclusies komen. Het dwingt onderzoekers om bescheidener te zijn in hun claims en de focus te verleggen van sensatie naar robuustheid, wat de betrouwbaarheid op de lange termijn juist versterkt.2. Wat zijn de belangrijkste barrières bij de vertaling van wetenschappelijke data naar de dagelijkse trainingspraktijk?Het grote probleem zit volgens Florentina in de overstap van de gecontroleerde labomgeving naar de grillige buitenwereld. Veel onderzoeken worden uitgevoerd met een homogene groep proefpersonen, vaak fitte mannelijke studenten, onder ideale omstandigheden. Als jonge onderzoeker wil je die data graag direct toepasbaar maken voor iedereen, maar we leerden in dit gesprek dat die vertaling zelden één-op-één werkt. De ruis van het dagelijks leven, zoals weeromstandigheden of individuele fysiologie, wordt in het lab vaak weggefilterd. Het herkennen van die beperkingen is volgens de hoogleraar essentieel om sportwetenschap relevant te houden voor de praktijk.3. Wat betekent de beweging richting Open Science concreet voor de manier waarop we sportonderzoek consumeren?Open Science is volgens Florentina Hettinga veel meer dan alleen een modewoord; het is een fundamentele verandering in de wetenschappelijke cultuur. Voor onderzoekers betekent dit dat ze hun data en methoden transparant moeten delen op platforms zoals Figshare. Hierdoor kunnen anderen het werk controleren en erop voortbouwen, wat de kans op verborgen fouten verkleint. We merkten in het gesprek dat dit voor de nieuwe generatie wetenschappers de standaard wordt. Als consument van sportkennis kun je hierdoor beter beoordelen of een claim ergens op gebaseerd is of dat de onderliggende data verborgen blijven achter een commerciële betaalmuur.4. Wat maakt sportwetenschap zo vatbaar voor de verspreiding van onvolledige of overdreven claims?De combinatie van een enorme commerciële markt en de menselijke drang naar een snelle oplossing maakt sportwetenschap kwetsbaar. Florentina wijst erop dat marketingafdelingen vaak alleen de spectaculaire uitschieters uit een onderzoek pakken en die presenteren als de nieuwe waarheid. In de podcast bespreken we hoe dit mechanisme werkt: nuance verkoopt simpelweg minder goed dan een revolutionaire ontdekking. Voor een jonge wetenschapper is het de uitdaging om in die dynamiek vast te houden aan de feiten. We moeten kritisch blijven kijken naar de bron en de context waarin een resultaat wordt gepresenteerd, zeker op sociale media.5. Wat is de beste manier om als kritische sporter de waarde van een nieuw trainingsinzicht te beoordelen?Florentina adviseert om vooral te kijken naar meta-analyses in plaats van naar losse studies. Een meta-analyse voegt de data van talloze onderzoeken samen en filtert zo de toevallige uitschieters eruit. Voor de sporter die niet dagelijks in de boeken duikt, is dit de gouden standaard. Daarnaast bespraken we dat je altijd moet vragen wie het onderzoek heeft gefinancierd en of de resultaten breed gedragen worden door andere experts. Wetenschap is een continu gesprek en pas als er consensus ontstaat over een langere periode, kun je met een gerust hart je trainingsschema er echt op aanpassen.Handige bronnen en links:Alle publicaties van Florentina Hettinga: https://www.amsterdamumc.org/en/research/researchers/florentina-hettinga.htmSportgericht nummer 5 van 2025 waarin aandacht voor de replicatiecrisis in de sportwetenschap (pagina21): https://sport-gericht.nl/site/assets/files/1535/pr_sportgericht_05-2025_compleet.pdfDe originele replicatiestudie: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40522610/—-De Slimmer Presteren Podcast is een ...
    Show More Show Less
    1 hr and 11 mins
  • Een super lage rusthartslag: teken van topfit of ook riskant?
    Mar 20 2026
    Dit is de 258e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over:Een super lage rusthartslag: teken van topfit of ook riskant?INLEIDING:Stel je wordt wakker, checkt je hartslag en ziet een getal waar een niet-sporter zich direct zorgen om zou maken: is die 38 slagen per minuut nou pure fitheid of een risico? Deze week onderzoeken we waarom onze hart-hardware fundamenteel verandert door al die trainingsuren. Is die trage sinusknoop pure efficiëntie, of de reden dat we soms duizelig van de bank opstaan? Waarom hebben wij als duursporters eigenlijk een verbouwde motor nodig? We duiken in de wetenschap achter de lage rusthartslag en vragen aan Guido Vroemen wanneer ons stationair toerental simpelweg te laag staat afgesteld. Ben je topfit, of wordt het tijd voor een ritme-check? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat is de reden dat mijn rusthartslag als duursporter soms ver onder de 40 slagen per minuut duikt?Jurgen legt uit dat dit een combinatie is van verschillende factoren. Allereerst wordt je hart simpelweg groter en krachtiger door jarenlange training, waardoor het per slag meer bloed rondpompt. Maar er is meer: je zenuwstelsel trekt de rem op je hart strakker aan, de zogenaamde vagale toon.Recent onderzoek toont aan dat zelfs de sinusknoop, de natuurlijke pacemaker van je hart, fysiek verandert door sport. Het is dus een knap staaltje biologische efficiëntie, waarbij je hart letterlijk leert om met minder inspanning hetzelfde werk te verzetten.2. Wat zijn de risico's van zo een extreem lage hartslag op de lange termijn?Hoewel een lage hartslag meestal een teken van fitheid is, wijst Jurgen ook op de schaduwkant. Bij sommige atleten kan de natuurlijke pacemaker zo sterk vertragen dat er ritmestoornissen ontstaan, zoals boezemfibrilleren op latere leeftijd. Het hart raakt gewend aan het trage ritme, wat in de weerbarstige praktijk soms tot problemen leidt als de overgang naar inspanning niet soepel verloopt.Zolang je geen klachten hebt als flauwvallen of onverklaarbare vermoeidheid is er vaak niks aan de hand, maar een extreem laag ritme is niet per definitie zonder risico.3.Wat verklaart die vervelende duizeligheid wanneer ik snel opsta van de bank?Dit fenomeen noemen we orthostatische intolerantie. Omdat je hartslag in rust zo laag is en je bloedvaten in je benen door de training erg wijd zijn, zakt het bloed bij het opstaan sneller naar beneden dan je hart het omhoog kan pompen. Guido Vroemen ziet dit vaak in zijn praktijk bij fitte atleten. Het is meestal onschuldig, maar wel irritant.Een praktische tip van Guido is om even je kuitspieren aan te spannen voordat je opstaat, zodat je het bloed als het ware weer omhoog drukt richting je hersenen.4. Wat is de invloed van mijn genen op die lage hartslag, of is het puur een resultaat van training?Het is een misverstand dat een lage hartslag alleen maar door hard trainen komt. Jurgen benadrukt dat je genetische blauwdruk een grote rol speelt. Sommige mensen hebben van nature al een lagere hartslagfrequentie. Als je daar dan ook nog eens serieus duurtrainen aan toevoegt, zie je die getallen pas echt kelderen.De een zal met eenzelfde trainingsomvang dus op een rusthartslag van 45 uitkomen, terwijl de ander moeiteloos de 35 aantikt. Het getal op je horloge zegt dus niet alles over je conditie.5. Wat zijn de signalen waarbij ik echt aan de bel moet trekken bij een sportarts?Volgens Guido Vroemen is de absolute waarde van je hartslag minder belangrijk dan hoe jij je voelt. Word je regelmatig echt zwart voor de ogen bij inspanning, heb je het gevoel dat je hart overslaat of een vreemd ritme aanneemt, of merk je dat je hartslag tijdens een training niet meer omhoog wil? Dan is het tijd voor een ritme-check.Een sportmedisch onderzoek met een ECG kan dan uitsluitsel geven of je hart nog wel op de juiste manier reageert op de prikkels die je het geeft.Handige bronnen en links:Aflevering 23 met triatleet en hartpatiënt Wouter Duinisveld: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-2/wouter-duinisveld-triatleet-en-hartpatient-met-een-ultiem-doorzettingsvermogen/Aflevering 125 over trainen en hartgezondheid met Thijs Eijsvogels: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-6/125-trainen-voor-een-gezonder-hart-volgens-thijs-eijsvogels/Aflevering 203 over de beperkingen van afgaan op je hartslag tijdens een lange inspanning: https://slimmer-presteren-podcast.nl/seizoen-10/203-je-tempo-bepalen-aan-de-hand-van-je-hartslag-zinvol-of-niet/Belgisch-Australische studie naar bradycardie (lage hartslag) bij duursporters: https://www.ahajournals.org/doi/10.1161/CIRCULATIONAHA.125.076170Onderzoek van dezelfde groep naar aantal hartslagen per dag bij atleten versus niet-atleten: https://www.jacc.org/doi/10.1016/j.jacadv.2025.102140Waarom hardlopers mogelijk meer duizelingen hebben bij het opstaan: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41056402/—-De Slimmer Presteren Podcast is een ...
    Show More Show Less
    1 hr and 9 mins
No reviews yet